Werkdruk in het onderwijs – een jaar later

Vorig jaar heb ik een paar artikelen geschreven over de invoering van de 40-urige werkweek in het primair onderwijs als middel tegen de hoge werkdruk. Uit het onlangs verschenen rapport Werkdruk leerkrachten in het basisonderwijs blijkt dat ruim de helft van de leraren in het basisonderwijs de werkdruk op scholen onacceptabel vindt. Dat is een forse stijging in vergelijking met het vorige onderzoek uit 2012 toen dat percentage nog op 41 procent lag. Heeft de invoering van de 40-urige werkweek dus niet geholpen of misschien zelfs een averechts effect gehad? Ik heb het rapport aandachtig gelezen en vervolgens ben ik in mijn netwerk mensen gaan interviewen over hun ervaringen met die 40-urige werkweek en over de werkdruk op hun scholen. Mijn belangrijkste conclusie uit dit kleinschalige kwalitatieve onderzoek: het is nog te vroeg om een oordeel te vellen over het effect van de 40-urige werkweek. De gesprekken hebben me op het spoor gezet van diverse oplossingen waar je echt een reductie van de werkdruk van mag verwachten. Ik deel die oplossingen graag met u.

 

Werkdruk beheersbaar maken

Halverwege 2014 spraken de sociale partners in het primair onderwijs af om de 40-urige werkweek in te voeren als één van de middelen om de werkdruk te reduceren. “Wat met onderzoek, voorlichting, tips en voorbeelden niet is gelukt,” schreef ik in deel 1, “moet met de nieuwe cao primair onderwijs wel gaan lukken. De sociale partners gaan de vaak torenhoge werkdruk te lijf met de herinvoering van de 40-urige werkweek. De consequentie hiervan is dat de personeelsleden in het vervolg tien tot vijftien dagen minder vrije dagen hebben dan de leerlingen.”
320Geke-van-lexmond-adviseur-Leeuwendaal-Planning-controlOnlangs verscheen het rapport Werkdruk leerkrachten in het basisonderwijs, een samenwerking tussen DUO Onderwijsonderzoek en het journalistieke onderzoeksprogramma De Monitor. Een van de belangrijkste oorzaken van de hoge werkdruk is, volgens het onderzoek, het vele administratieve werk dat gedaan moet worden. De uitzending van De Monitor op zondag 10 januari ging over het rapport en over de werkdruk. De staatssecretaris van OCW stelde in die uitzending dat, als het niet helpt (dat administreren) om beter onderwijs te maken, je het niet moet doen. Deze opmerking en het rapport lokten de volgende dagen veel ja-maar reacties uit. De politiek, de onderwijsinspectie en de schoolleiding zouden veel meer moeten doen om de werkdruk beheersbaar te maken.
Toch kreeg het opiniestuk van leerkracht Erik Rooskens Het valt allemaal wel mee met de werkdruk in het basisonderwijs dat op 12 januari in De Volkskrant verscheen, opvallend veel bijval. En na een paar dagen was alle rumoer rondom werkdruk weer verstomd.

We maken elkaar gek

Wat opviel in alle reacties was dat de 40-urige werkweek nergens genoemd werd. Je zou bijna denken dat deze cao-afspraak door de scholen voor kennisgeving is aangenomen en dat alle tijd en moeite die directies en p&o-ers hebben besteed aan de implementatie ervan, bijvoorbeeld voor het verkrijgen van instemming van medezeggenschapsraden, voor niets is geweest. Ik heb daarom tien schoolbesturen geïnterviewd die de 40-urige werkweek op 1 augustus 2015 hebben ingevoerd. Samen hebben deze besturen ongeveer tachtig scholen, verspreid over het land.
Het werd mij al gauw duidelijk dat die 40-urige werkweek niet het ei van columbus is. Je kunt het onderwijs niet in 40 uur per week stoppen. Er zijn in het onderwijs nu eenmaal pieken en dalen en daar moet je mee kunnen omgaan of je moet leren ermee om te gaan. Kun je dat niet, dan moet je een andere baan zoeken.
Een klacht die een bestuur te horen kreeg: de werkdruk is juist toegenomen omdat het compensatieverlof is komen te vervallen. De leerkrachten die dit zeggen, begrijpen blijkbaar onvoldoende dat ze het werk dat ze voorheen in 38 weken uitvoerden nu kunnen uitsmeren over 41 weken. Er is dus niet meer werk bij gekomen, maar er is meer tijd gemaakt om te werken en dat zou de werkdruk toch moeten verlichten.
Diverse mensen merkten op dat werkdruk te maken heeft met cultuur en dat het vooral ook beleving is. ‘Gewoon werken van 8 tot 5 en wat je niet afkrijgt, doe je morgen. Krijg je het dan ook niet af, dan heb je teveel werk. We maken elkaar gek, maar uiteindelijk bepaalt de leerkracht zelf welke afweging hij maakt.’
Een ex-directeur die nu beleidsadviseur is, meende dat het niet gaat om werkdruk maar om gebrek aan tijd. Een groot deel van de uren op school liggen vast. Alle gesprekken moeten na schooltijd tussen half vier en vijf. Op een grote school kun je nog een functioneringsgesprek plannen om bijvoorbeeld 10 uur ’s ochtends als een collega zonder lesgevende taken de klas over kan nemen, maar op de meeste scholen kan dat al lang niet meer.
Werkdruk, zo stelde een van de geïnterviewden, heeft vooral te maken met machteloosheid. Als je in het onderwijs bent gegaan omdat je het werken met kinderen zo leuk vindt, dan is dat een foute instelling en die zorgt uiteindelijk voor de klaagcultuur. Lesgeven is gewoon werk en soms weet je niet hoe dat moet. Want, daar was bijna iedereen het wel over eens, er moet veel geadministreerd worden en passend onderwijs met ‘moeilijke kinderen in de klas’ en veeleisende ouders hebben het werk er niet gemakkelijker op gemaakt. De school, de organisatie zou daarom nog veel meer moeten sturen op professionaliteit en de leerkrachten moeten leren hoe om te gaan met de verschillende niveaus in de klas, met onvoorspelbaar gedrag van kinderen en met de veeleisende ouders. Daar is echt winst te halen voor iedereen.

Echt een slag maken

Ik kreeg ook veel positieve verhalen en goede oplossingen te horen. Een ervan was: “We zijn elke vergadering gestart met maximaal 10 minuten te besteden aan de vraag ‘wie heeft er een probleem en wie kan helpen dit op te lossen?’ Na een jaar was het klagen over de werkdruk over. We hebben geleerd elkaar meteen op te zoeken als we ergens mee zitten of een oplossing nodig hadden.”
Dat de werkdruk in de loop der jaren is toegenomen, zal niemand ontkennen. De leerlingen gaan sinds ‘mensenheugenis’ rond de 1.000 uur per jaar (bovenbouw) naar school, maar de jaartaak van de leerkrachten is gedaald. Waar ze vroeger 1.790 uur (vóór 1992) voor hadden, moeten ze nu in 1.659 uur doen. En daarbij is het aantal te onderwijzen vakken gestegen, zijn ouders veeleisender geworden en moeten leerkrachten in staat zijn op meerdere niveaus les te geven.
Een goede en bewezen oplossing om werkdruk tegen te gaan, dat is invoering van het vijfgelijkedagenmodel voor de leerlingen en een aanwezigheidsrooster voor de medewerkers. Bijna alle scholen die met dit model werken, zijn overwegend positief. De lessen eindigen elke dag rond twee uur en de medewerkers zijn tot een uur of vijf op school. Op een school met een traditioneel lesrooster heb je eigenlijk alleen de woensdagmiddag om ongestoord een paar uur met elkaar te werken, te overleggen of bij te scholen. Op de andere dagen is het al gauw vier uur of half vijf voordat je ongestoord aan de slag kunt. De dag is dan zo om. Heb je echter elke dag zo’n 2,5 uur ter beschikking, dan kun je echt een slag maken en het meeste werk gewoon op school doen. Invoering van dit vijfgelijkedagenmodel is zeker het overwegen waard.

Het is nu nog te vroeg om te concluderen dat de invoering van de 40-urige werkweek nauwelijks geholpen heeft om de werkdruk te beheersen. Dat het geen tovermiddel is, dat is echter wel duidelijk. Nog meer investeren in je digitale vaardigheden, dat loont. En ook creatief zijn in het met elkaar verzinnen van oplossingen en vooral ook de goede oplossingen van anderen kopieren, dat zet zoden aan de dijk.

Geke Lexmond

Geke Lexmond

Foto van Geke Lexmond
Directeur onderwijs Telefoon werk: 088 00 868 00 Mobiel: 06 20 51 66 10
Biography

Geke werkt oplossingsgericht, doortastend en besluitvaardig. Kernbegrippen in haar werk zijn betrokkenheid, samenwerken, luisteren en samenvatten. Ze kan de leiding nemen, zeggen waarop het staat, maar vergeet daarbij niet dat humor en relativering heel belangrijk zijn.