Reorganiseren na normalisering ambtenarenrecht

De Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) is een feit en treedt naar verwachting in 2020 in werking. Ambtenaren in dienst bij overheidswerkgevers zijn straks in dienst op basis van een arbeidsovereenkomst, waarop het ontslagrecht van toepassing is zoals neergelegd in het Burgerlijk Wetboek. Naar verwachting zullen overheidswerkgevers ook na 2020 regelmatig te maken krijgen met noodzakelijke reorganisaties. Welke route moet dan worden gevolgd om te komen tot een krimp van het personeelsbestand? En op welke zaken moet de overheidswerkgever nú anticiperen? De belangrijkste veranderingen en aandachtspunten worden hieronder uiteengezet.

Naar het UWV (of toch niet?)

Na 2020 zal de overheidswerkgever niet langer een eenzijdig ontslagbesluit kunnen nemen, waartegen bezwaar, beroep en hoger beroep openstaat. Voor een bedrijfseconomisch ontslag is voortaan toestemming nodig van UWV. De overheidswerkgever zal dus een ontslagaanvraag bij UWV moeten indienen voordat de arbeidsovereenkomst kan worden opgezegd.

Karin van Zijtveld juristen Leeuwendaal arbeidsrecht ambtenarenrecht

mr. Karin van Zijtveld

Het Burgerlijk Wetboek biedt evenwel de mogelijkheid om in een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) een onafhankelijke en onpartijdige commissie in te stellen. Bij bedrijfseconomische ontslagen treedt die ‘cao-ontslagcommissie’ in de plaats van UWV. Dit doet denken aan de (bezwaaradvies- of plaatsingsadvies-) commissies die nu vaak een belangrijke rol spelen bij reorganisaties. Belangrijk om te realiseren is overigens dat een positieve toetsing van zo’n cao-ontslagcommissie een voorwaarde zal zijn om te mogen opzeggen. De overheidswerkgever kan na inwerkingtreding van de Wnra dus niet gemotiveerd afwijken van het oordeel van de cao-ontslagcommissie, zoals dat nu bij bijvoorbeeld bezwaaradviescommissies het geval is. Na de UWV- of ontslagcommissieprocedure kan de werkgever danwel de werknemer (al naar gelang de uitkomst) zich wenden tot de kantonrechter (met de mogelijkheid van hoger beroep en cassatie).
Wij verwachten dat het instellen van een cao-ontslagcommissie een bespreekpunt zal worden aan de cao-tafels van overheidsorganisaties.

Afspiegelingsbeginsel, uitwisselbare functie, bedrijfsvestiging

UWV (of de cao-ontslagcommissie) toetst de ontslagaanvraag aan de regels zoals neergelegd in het Burgerlijk Wetboek en de daarop gebaseerde regelgeving. Naast de toets of sprake is van een bedrijfseconomische reden voor ontslag, wordt beoordeeld of het afspiegelingsbeginsel op juiste wijze is toegepast. Dat beginsel bepaalt de ontslagvolgorde. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar anciënniteit, maar ook naar de leeftijdsgroep waarbinnen de werknemer valt. Het afspiegelingsbeginsel (of een variant daarop) is veel overheidswerkgevers niet geheel onbekend. Kiest de werkgever ervoor een ontslagaanvraag bij het UWV in te dienen, dan geldt het afspiegelingsbeginsel onverkort. Als de werkgever een cao-ontslagcommissie in het leven heeft geroepen als hiervoor genoemd, is het mogelijk om af te wijken van het afspiegelingsbeginsel.
Voor veel overheidswerkgevers zal het het begrip ‘uitwisselbare functie’ nieuw zijn. Dat is de functiegroep waarbinnen het afspiegelingsbeginsel toegepast moet worden. Uitwisselbare functies zijn – kort samengevat – met elkaar vergelijkbaar en gelijkwaardig qua (onder meer) inhoud, vaardigheden, niveau en beloning. In de huidige arbeidsrechtpraktijk levert dit begrip geregeld discussies op en de verwachting is dat dit ook het geval zal zijn bij overheidswerkgevers, niet in de laatste plaats omdat veelal wordt gewerkt met ruime/algemene functiebeschrijvingen.
Daarnaast wordt het begrip ‘bedrijfsvestiging’ relevant. Dat is het organisatorisch verband waarbinnen uitwisselbare functies worden vastgesteld. Een bedrijfsvestiging hoeft niet gelijk te zijn aan de gehele organisatie van de overheidswerkgever. Soms wordt een onderdeel van de organisatie aangemerkt als een bedrijfsvestiging. Ook dit begrip vormt regelmatig een discussiepunt in de arbeidsrechtpraktijk en zal na 2020 ook voor overheidswerkgevers een aandachtspunt zijn.

Overleg met vakbonden

Veel rechtspositieregelingen schrijven voor dat verplicht overleg met vakbonden moet worden gevoerd om te komen tot afspraken over reorganisaties. Een wettelijke verplichting om met de vakbonden overleg te voeren bestaat in het arbeidsrecht niet, behalve indien de Wet melding collectief ontslag van toepassing is. Dat laatste is het geval als twintig of meer werknemers worden ontslagen vanwege bedrijfseconomische redenen binnen een tijdvak van drie maanden. Veelal leidt dit verplichte overleg met de vakbonden tot een sociaal plan. Het overeenkomen van een sociaal plan is in het arbeidsrecht echter niet verplicht, maar in veel gevallen wel raadzaam.

Tot slot: anticipeer tijdig!

Belangrijk is dat de Wnra haar schaduw vooruit werpt als het gaat om het tussen nu en 2020 aanwijzen van boventalligen, voor wie pas ná inwerkingtreding van de Wnra een ontslagaanvraag wordt ingediend. Bij overheidswerkgevers volgt een bedrijfseconomisch ontslag veelal na een (kortere of langere) periode van “van werk naar werk”-begeleiding. Als UWV ná 2020 voor de betrokken medewerker een ontslagaanvraag ontvangt, zal worden getoetst of alle arbeidsrechtelijke regels (zoals bijvoorbeeld het afspiegelingsbeginsel) correct zijn nageleefd. Daarop tijdig anticiperen is dus belangrijk. Laat u zich (nu al) goed adviseren over de stappen die gezet moeten worden!

Meer informatie en contact

Voor meer informatie en advies over de Wnra kunt u contact opnemen met mr. Karin van Zijtveld of een van de andere juristen van Leeuwendaal.

mr. Karin van Zijtveld

Foto van mr. Karin van Zijtveld
Juridisch adviseur Telefoon werk: 088 00 868 00 Mobiel: 06 1334 2409
Biografie

Karin startte in 2008 als advocaat bij een gerenommeerd advocatenkantoor aan de Amsterdamse Zuidas en maakte in 2015 de overstap naar Leeuwendaal. Zij legt zich toe op het arbeids- en ambtenarenrecht in brede zin, waarbij zij zowel adviseert als (indien nodig) procedeert. Karin heeft onder meer ervaring op het gebied van het individueel ontslagrecht, arbeidsongeschiktheid, arbeidsvoorwaarden, reorganisaties, vraagstukken over overgang van onderneming, medezeggenschap en complexe rechtspositionele vraagstukken. Daarnaast verzorgt zij geregeld workshops, bijvoorbeeld over dossieropbouw. Karin werkt nauwkeurig en doelgericht en zij voorziet de opdrachtgever van een helder en praktisch advies. Het vinden van een passende oplossing geeft Karin voldoening. Karin is lid van de Vereniging Ambtenaar & Recht en de Vereniging voor Arbeidsrecht. In 2015 heeft Karin de Grotius specialisatieopleiding Arbeidsrecht cum laude afgerond.