Eigen risicodragerschap ziektevervanging (ERD)

Bent u nog geen eigen risicodrager voor de ziektevervanging? Let dan op dat u vóór 5 november 2017 uw complete aanvraag ERD indient bij het Vervangingsfonds.
Bent u al eigen risicodrager, maar overweegt u een deel te verzekeren? Let dan op dat u dit vóór 31 oktober 2017 meld bij het Vervangingsfonds of een andere verzekeraar.

Overwegingen

Tussen 2018 en 2020 eindigt waarschijnlijk de verplichte aansluiting bij het Vervangingsfonds (Vf) in het primair onderwijs en houdt het Vf in de huidige vorm op te bestaan. Veel onderwijsinstellingen zijn al uit het Vf gestapt en zijn eigenrisicodrager voor de ziektevervanging. Tegelijk met het keuzeproces om eigenrisicodrager te worden hebben veel onderwijsinstellingen te maken met de verkorte ketenbepaling van de Wet werk en zekerheid. Hierdoor zijn er minder mogelijkheden om tijdelijke vervangingscontracten aan te gaan, zonder risico te lopen vaste verplichtingen aan te gaan. Dit zorgt met name in krimpgebieden voor problemen. Onderwijsinstellingen in niet krimpgebieden ondervinden echter ook problemen, omdat het aantal invallers kleiner wordt.

Vervangingsfonds (Vf)

Het vervangingsfonds is destijds opgezet om ervoor te zorgen dat er altijd iemand voor de klas staat. Het Vervangingsfonds vergoedt de loonkosten van de vervanger als er sprake is van vervanging door ziekte en schorsing. Andere vervangingen zoals een vrije dag voor een huwelijk (rechtspositioneel verlof) worden niet vergoed. Het Vf vergoedt niet de feitelijke salariskosten van de vervanger, maar een normvergoeding die is gebaseerd op het de inschaling van de afwezige in één van de vijf normklassen.
De voorwaarden om aanspraak te maken op het declaratiebedrag beperken onderwijsinstellingen onderwijskundig gezien in hun vervangingsbeleid. Alhoewel het loslaten van de roostereis per 1 januari 2016 hier wel verbetering in brengt. Naast een laag ziekteverzuim en dus een lage declaratie, is een grotere beleidsvrijheid een belangrijke reden om te kiezen voor eigenrisicodragerschap (ERD).

Voorwaarden voor uittreding Vf

Uittreding uit het Vf is mogelijk per 1 januari 2017 mits voldaan is aan de volgende voorwaarden:
• als uw ERD-som hoger of gelijk aan 20 miljoen is;
• als de gezamenlijke ERD-som van de schoolbesturen in uw samenwerkingsverband hoger of gelijk aan 20 miljoen is;
• als uw ERD-som lager dan 20 miljoen euro is en uw ziekteverzuimpercentage in 2014 10% of lager was, of met 10% gedaald is ten opzichte van het voorafgaande jaar.
Voor alle opties geldt dat instemming met de aanvraag door de P(G)MR vereist is. Bij een ERD-som lager dan 20 miljoen geldt verder dat de P(G)MR moet instemmen met het vastgesteld verzuim- en vervangingsbeleid en met instemmen met een rapportage over succesvol uitgevoerd verzuim- en vervangingsbeleid gedurende 2014/2015.
De ERD-som is de optelsom van de personele bekostiging regulier, het budget personeels- en arbeidsmarktbeleid en de materiële instandhouding.

Voorbereiding ERD

De keuze voor ERD vraagt om een degelijke voorbereiding. Ook bij ERD geldt dat afwezige leerkrachten vervangen moeten worden om de continuïteit en de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen. Allereerst moeten de huidige kosten en samenstelling van het ziekteverzuim en declaratie (inclusief bonus en malus) in kaart worden gebracht. Vervolgens kan het omslagpunt berekend worden waarbij ERD financieel gezien loont. Voorwaarden zoals een goed verzuimbeleid en een goede administratie moeten op orde zijn of op korte termijn opgepakt worden. Discussie en draagvlak binnen de organisatie over ERD en de keuze voor een bepaalde ERD variant markeren de volgende stap. En zodra ERD is ingevoerd is het zaak een vinger aan de pols te houden met goede rapportages en blijvende aandacht voor het ziekteverzuimbeleid.

Varianten ERD

Onderwijsinstellingen kunnen kiezen uit verschillende vormen van ERD: van gedeeltelijk eigen risicodrager tot volledig eigen risicodrager. En binnen de variant gedeeltelijk ERD kan er bij het Vf gekozen worden voor een wachtdagenmodel of een stop loss model. Bij het wachtdagenmodel is de onderwijsinstelling verzekerd voor ziektevervanging vanaf een gekozen periode. Bij een stop loss model is het eigen risico uitgedrukt in een bedrag. Ook andere verzekeringsmaatschappijen bieden dit soort verzekeringen aan.
Naast de keuze voor gedeeltelijk of volledig ERD moet een keuze gemaakt worden hoe de kosten van ziektevervanging verdeeld worden binnen de organisatie. Wordt het risico gezamenlijk gedragen met een fictieve interne premieafdracht of draagt elke school binnen de onderwijsinstelling (een deel van) de eigen vervangingskosten.

WWZ en flexibele schil

Los van de keuze voor aansluiting bij het Vf of ERD speelt de wijze waarop de vervanging wordt ingevuld. Daarbij moet het bijzonder onderwijs rekening gehouden worden met de verkorte ketenbepaling van de WWZ. Veel onderwijsinstellingen bieden vervangers daarom een vast dienstverband aan om in het constante deel van hun vervangingsvraag te voorzien. Kleinere onderwijsinstellingen zoeken daarvoor de samenwerking op met collegabesturen om een gezamenlijke vervangingspool te organiseren. Ook transfercentra worden hiervoor benut. Het is echter onbetaalbaar om alle vervangingsvragen met vaste contracten, of grote tijdelijke contracten te vervullen, want ziekte is niet voorspelbaar en niet gelijkmatig gespreid door het jaar. Bij een griepgolf is de vervangingspool voor 100 % ingezet en zijn extra vervangers nodig, terwijl in periodes van laag verzuim de vervangingspool niet geheel benut wordt, maar de loonkosten van de vervangingspool wel op de exploitatie drukken. Er blijft dus altijd een flexibele schil nodig voor vervanging. Ook daar zijn weer verschillende opties voor zoals min/max contracten en payroll.
Het oplossen van het vervangingsvraagstuk wordt er al met al niet gemakkelijker op. Voor de juiste keuze voor ERD, aansluiting Vf of een tussenvariant en de invulling van het vervangingsvraagstuk is een zorgvuldige voorbereiding een must. En ook na de keuze is het belangrijk om het ziekteverzuimbeleid en de administratieve verwerking ervan te monitoren om – indien nodig – een andere keuze te maken.

Ons aanbod

Leeuwendaal helpt u graag een weloverwogen besluit te nemen over al dan niet uittreden uit het Vervangingsfonds. Maar we kunnen meer. Zo bieden we u begeleiding bij de aanvraag tot uittreding, het opstellen en implementeren van deugdelijk vervangings- en verzuimbeleid dat hiermee samenhangt en begeleiden we u bij de daadwerkelijke uittreding. Verder kunnen we uw P&O/HRM-team ondersteunen en opleiden om de nieuwe situatie zo goed mogelijk vorm te geven.
Wij ontzorgen u in het hele proces, zodat u zeker weet dat uittreding bij het Vervangingsfonds de kansen oplevert die uw organisatie sterker maken en niet de molensteen wordt waar u vooraf wellicht bang voor bent. Wilt u weten wat voor u de kansen en mogelijkheden zijn en/of begeleiding in het opzetten van uittreding? Neem dan contact met ons op om hier vrijblijvend over door te praten.

Contact en meer informatie

Joke Walraven

Foto van Joke Walraven
Adviseur Telefoon werk: 088 00 868 00 Mobiel: 06 2293 9676
Biography

Onderwijs en financiën zijn over het algemeen twee gescheiden werelden. Het is de kunst om deze twee werelden met elkaar te verbinden. Voor onderwijs is geld nodig. In de praktijk werken budgetten vaak belemmerend voor onderwijs en dat is jammer. Ik vind het inspirerend om bestuurders, toezichthouders en schooldirecteuren in te laten zien hoe ze geld kunnen laten werken vóór onderwijs. Ik probeer op een voor ieder begrijpelijke manier financiële vraagstukken en mogelijkheden uit te leggen. En bij voorkeur zodanig dat onderwijsmensen financieel management leuk gaan vinden. Meedenken met de bestuurder en de onderwijsinstelling en vervolgens op praktische wijze geld verbinden aan onderwijs, dat is mijn motto. In deze tijd van leerlingendaling en bezuinigingen is dit een nog grotere uitdaging.